Bidden is het openen van het hart voor God als voor een vriend. Niet dat bidden nodig is om aan God bekend te maken hoe het met ons gaat. Het gebed opent de deur voor God en laat Hem binnen komen in ons leven. Het gebed doet God niet afdalen naar ons toe, maar brengt ons omhoog tot Hem. Toen Jezus op aarde was, leerde Hij Zijn discipelen hoe te bidden. Hij toonde hen hoe ze hun dagelijkse noden bij God konden brengen en hoe ze al hun zorgen op Hem konden leggen. De zekerheid die Hij hen gaf, dat al hun gebeden gehoord zouden worden, geldt ook voor ons.

 

Onze behoefte om te bidden

Jezus was zelf vaak in gebed toen Hij Zich onder de mensen bevond. Hij identificeerde Zich met onze behoeften en onze zwakheid. Hij smeekte Zijn Vader om nieuwe kracht, om verfrist Zijn plichten en moeilijkheden aan te kunnen. In alle opzichten is Hij ons voorbeeld. Hij is een broeder in onze zwakheden, “in alle opzichten verzocht zoals wij”, maar Zijn natuur verafschuwde het kwaad en Hij was de Zondeloze. Hij had het

hard te verduren in een wereld vol van zonde. Zijn mens-zijn maakte het gebed tot een noodzaak én een voorrecht. Hij vond troost en vreugde in de gemeenschap met Zijn Vader. De Verlosser van de mens, de Zoon van God, kon niet zonder voortdurend, ernstig gebed. Des te meer hebben wij het als zwakke en zondige stervelingen nodig!

Onze hemelse Vader ziet er naar uit om ons overvloedig te zegenen. Het is ons voorrecht om met volle teugen te drinken uit de bron van oneindige liefde. Wat is het toch vreemd dat we zo weinig bidden. God staat klaar om het ernstige gebed van Zijn nederige kinderen te verhoren, en toch aarzelen wij vaak om Hem onze noden bekend te maken. Wat moeten de engelen in de hemel er wel van denken, als hulpeloze en aan verzoeking onderhevige mensen, zo weinig bidden? Dit terwijl Gods liefdevolle hart naar hen uitgaat en bereid is om hen meer te geven dan ze zouden kunnen vragen of bedenken. De engelen houden ervan om zich in aanbidding voor God te buigen en in Zijn nabijheid te zijn. De gemeenschap met Hem is hun grootste vreugde. Maar de mensen die Gods bijzondere hulp zo goed kunnen gebruiken, zijn blijkbaar tevreden zonder het gezelschap van Zijn verlichtende Geest.

 

De sleutel tot overwinning

Het leven van hen die het gebed verwaarlozen, wordt door zonde verduisterd. Zij kunnen de ingefluisterde verleidingen van de vijand niet weerstaan, omdat zij geen gebruik maken van de voorrechten die in de goddelijke gave van het gebed liggen. Waarom zijn Gods kinderen terughoudend om te bidden? Het gebed is immers de sleutel waarmee de gelovige de schatkamer van de hemel opent. Daar liggen de onuitputtelijke hulpbronnen van de Almachtige opgeslagen. Als we niet aanhoudend bidden en waakzaam zijn, lopen we het gevaar zorgeloos te worden en af te wijken van het rechte pad. De tegenstander probeert steeds om de weg naar verzoening met God te blokkeren, opdat we niet door ernstig gebed in geloof, de genade en kracht zouden ontvangen om aan de verleiding te weerstaan.

Bid in een kamer waar u alleen bent én laat ook tijdens uw dagelijkse bezigheden uw hart zich dikwijls tot God richten. Op die manier wandelde Henoch met God. Deze stille gebeden stijgen als kostbare wierook op tot voor de troon van genade. Iemand van wie het hart zo met God verbonden is, kan door de Satan niet overwonnen worden.

 

Voorwaarden van gebed

God verhoort en beantwoordt onze gebeden als die aan bepaalde voorwaarden voldoen. Een belangrijke voorwaarde is dat we onze afhankelijkheid van Zijn hulp beseffen. Hij heeft beloofd: “Ik zal water uitgieten op het dorstige, en waterstromen over het droge land” (Jesaja 44:3). Wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, wie naar God verlangen, mogen er zeker van zijn dat ze verzadigd zullen worden. Het hart moet openstaan voor de invloed van de Geest, anders kunnen Gods zegeningen niet ontvangen worden.

Onze grote nood is op zichzelf een argument dat krachtig voor ons pleit. Maar we moeten de Heer zoeken en vragen of Hij deze dingen voor ons wil doen. Hij zegt: “Vraag en er zal je gegeven worden” (Matteüs 7:7). En: “Zal Hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met Hem niet alles schenken?” (Romeinen 8:32).

Als we iets verkeerds in ons hart koesteren of als we bewust aan een bepaalde zonde vasthouden, zal de Heer ons niet verhoren. Maar het gebed van iemand die berouw heeft, wordt altijd aanvaard. Als we al het verkeerde dat we ons kunnen herinneren in orde maken, mogen we gelovend vertrouwen dat God onze gebeden zal beantwoorden. Onze eigen verdiensten zullen ons nooit bij God in de gunst brengen. Het zijn de verdiensten van Jezus waardoor wij gered worden, en het is Zijn bloed dat ons reinigt. Toch hebben ook wij een bijdrage te leveren door te voldoen aan de voorwaarden om aanvaard te kunnen worden.

Een ander aspect van succesvol gebed is het geloof. “Wie God wil naderen moet immers geloven dat Hij bestaat, en wie Hem zoekt zal door Hem worden beloond” (Hebreeën 11:6). Jezus zei tot Zijn discipelen: “Daarom zeg ik jullie: alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen” (Marcus 11:24). Nemen wij Hem op Zijn woord?

 

Niets te zwaar voor God om te dragen

Maak steeds uw verlangens, vreugde, verdriet, zorgen en vrees bij God bekend. U kunt Hem nooit overbelasten. U kunt Hem nooit vermoeien. Hij, Die de haren van uw hoofd telt, staat niet onverschillig tegenover de noden van Zijn kinderen. “De Heer is immers liefdevol en barmhartig” (Jakobus

5:11). Wanneer wij verdriet hebben, wordt Zijn liefdevol hart daar meteen door geraakt. Ga met alles wat u niet kunt oplossen naar Hem toe. Niets is voor Hem te zwaar om te dragen. Hij houdt immers de werelden in stand, en Hij heerst over alle aangelegenheden in het universum. Hij is opmerkzaam voor het kleinste detail dat ook maar iets met ons welzijn te maken heeft. Er is geen hoofdstuk in ons levensverhaal, dat te donker is voor Hem, om het te kunnen lezen. Er is geen probleem zo moeilijk, dat Hij er niet uit kan komen. Onze tegenslagen, bezorgdheden en angsten, wat ons blij maakt en onze ernstige gebeden… niets gaat onze hemelse Vader onopgemerkt voorbij, zonder dat het Hem raakt. “Hij geneest wie gebroken zijn en verzorgt hun diepe wonden” (Psalmen 147:3). De relatie tussen God en elk individu is zo duidelijk en volledig, alsof er geen ander mens was, voor wie Hij Zijn geliefde Zoon heeft gegeven.

Talking_Dutch