Wij schrijven het jaar 1517. In de kleine universiteitsstad Wittenberg, wat tevens de hoofdstad is van het machtige vorstendom Kursachsen, wordt de relikwieënschat van Frederik de derde tentoongesteld. Er zijn 19.000 voorwerpen te bewonderen die allemaal, naar men zegt, van heiligen stammen en deze geven de kijkers aanzienlijke verkorting van het te verwachten lijden in het vagevuur. Tegelijkertijd worden aan de deur van de slotkerk stellingen geslagen, 151 stellingen om precies te zijn, geformuleerd door de Wittenbergse theologieprofessor Karlstadt. Het is 26 april…

Ho, stop! Waren het geen 95 stellingen op 31 oktober? En heette de theologieprofessor niet Maarten Luther? Klopt, die had je ook, maar de reformatie, waar men momenteel de mond vol van heeft ter gelegenheid van haar 500 jarige jubileum, laat zich niet op één enkele gebeurtenis vastpinnen.

Waar ging het in werkelijkheid om? En wat heeft een middeleeuwse ruzie over scholastische theologie en rechtvaardiging vandaag de dag met ons te maken? Laten wij hier eens wat nader naar kijken.

Wanneer men de monnik Maarten Luther, die als Bijbelprofessor aan de nieuwe universiteit van Wittenberg was aangesteld, eind 1517 had gevraagd wat dat jaar aan belangrijke gebeurtenissen had gebracht, had hij misschien het ophangen van de stellingen nauwelijks vermeld. Het was veel belangrijker voor hem dat hij in dit jaar zijn collega’s kon overtuigen zich eindelijk met de Bijbel zelf bezig te houden. Men zou denken, dat dat het dagelijks brood van een theoloog zou zijn, maar verre van dat. Het over het algemeen slechts in Latijn beschikbare boek was totaal onbekend bij de meeste mensen en ook de geleerden lazen het alleen maar door de filosofische bril van Aristoteles. Een merkwaardige toestand voor een gezelschap, dat zich zag als door en door christelijk en de afval van het christendom zelfs eens graag met de vuurdood bestrafte.

Eigenlijk had de vermoedelijk in 1483 geboren Maarten Luther helemaal geen directe belangstelling voor de theologie. Hij had in Erfurt filosofie en rechten gestudeerd. Toen hij in 1505 op weg naar huis door een zwaar onweer werd verrast, beloofde hij in doodsangst monnik te worden. Hoewel zijn vader Hans, een rechtschapen en een soms wat strenge bergwerker, ontzet was en ook zijn vrienden hem dat afraadden, trad Maarten Luther daadwerkelijk toe tot de Orde der Augustijner kluizenaars. Daarbij koos hij één van de kloosters uit, waar de regels van de orde ook daadwerkelijk streng nageleefd werden (zogeheten ‘observanten’), wat geen vanzelfsprekendheid was in een tijd, waarin bedelmonniken met hun luie leventje een belasting voor de maatschappij geworden waren.

Luther wilde heilig worden, maar hoe meer hij het probeerde, des te groter werden zijn twijfels. Urenlange gebeden, excessief biechten van alle zonden, vasten, reciteren van terugkerende formules – niets bezorgde hem het gevoel door God aangenomen en geliefd te worden. De vrome prestatiedruk, die als vanzelfsprekend in de kerken verkondigd werd, dreigde de gevoelige en zelfkritische Luther gewoonweg te verpletteren.

Hier in het klooster had hij de gelegenheid overvloedig in de Bijbel zelf te lezen. Hij stond verbaasd daar veel dingen te vinden waar hij nog nooit van gehoord had. De woorden van dit boek waren als een vriendelijke lichtstraal in zijn donkere, vertwijfelde ziel, die verlangde naar zekerheid en geborgenheid. Staupitz, het hoofd van alle observanten, merkte deze ongewone interesse in de Bijbel op. Hij steunde hem naar vermogen en al spoedig had Luther, die nu ook theologie studeerde, hierbinnen leidende en verantwoordelijke posities. Het was eveneens Staupitz, die Luther in 1512 naar de enkele jaren eerder gevestigde universiteit van Wittenberg lokte. Daar moest hij als dokter in de theologie het Bijbelvak onderwijzen.

Deze Staupitz richtte de blik van de vertwijfelde theoloog op die Ene, die eigenlijk het middelpunt van het christelijk geloof diende te zijn. De liefde en genade van God, die tot uiting kwam in het leven en sterven van Jezus Christus, hielp Luther zeer, maar nog was hij er voor zichzelf niet zeker van of die ook voor hem gold.

Luther had een uiterst realistisch beeld van de verdorvenheid van de mens. Het vrome gepraat over heiligheid, die de indruk wekte dat het kinderspel was om een goed mens te zijn, stond hem ten zeerste tegen. In de jaren voor 1517 ontwikkelde hij een idee dat er in de kern op neerkwam, dat het doorslaggevend is dat de mens eerlijk voor zijn boosaardigheid uitkomt. Alleen zo kan er überhaupt hoop op redding zijn.

Luther voelde zich in deze meedogenloze inschatting van de menselijke natuur gesterkt door de Bijbelschrijvers, in het bijzonder Paulus. De moderne theologen, ook wel scholastici genaamd, die probeerden de Bijbel in een systeem van Griekse filosofie en kerkrecht te drukken, mocht hij niet. Zij leken de oude bronnen vaak niet werkelijk te kennen.

Toen in 1516/17 zo’n beetje alle theologieprofessoren in Wittenberg op dezelfde lijn zaten als Luther en studenten en masse naar Wittenberg kwamen, was dat belangrijk voor Luther. De 151 stellingen van Karlstadt van 26 april 1517 bijvoorbeeld benadrukten de voorrang van de Bijbel boven de boeken van de theologen.

En toen kwam de aflaat: voor de bouw van de Sint Pieterskathedraal in Rome waren dringend financiële middelen nodig. Samen met de aartsbisschop van Mainz, die eveneens geld nodig had, werden predikers het land ingestuurd die voor contant geld afkoping van straf beloofden, zelfs voor mensen die al gestorven waren. De mensen waren enthousiast, maar Luther was ontzet. Dat christenen slechts uit angst voor straf vergeving zochten, zonder berouw te hebben over de verkeerde daad, was grotesk. Daar de aflaatpraktijk geen kerkdogma was wilde hij daar simpelweg over discussiëren. Daarom schreef hij brieven aan bisschoppen en riep in het openbaar tot discussie op door de beroemde 95 stellingen van 31 oktober.

Luther kon niet vermoeden wat hij hiermee zou ontketenen. Als een tsunami breidden zijn ideeën zich uit door de nieuwe boekdruk. En al spoedig was het crisis. Paus en vorsten waren erbij betrokken. Maar de zo lang aan zichzelf twijfelende Luther had een nieuw, vast fundament ontdekt.

Tijdens zijn Bijbelstudie in een toren werd hem plotseling duidelijk dat God de mens graag en zonder tegenprestatie vergeeft. God doet dát, wat de mens niet doen kan. In plaats van naar zichzelf te kijken en door twijfel te worden opgevreten, moet de mens op God zien en Hem laten werken. Gods woord, dat hem al zo lang had gefascineerd, was eindelijk door de nevel van zijn twijfel doorgedrongen. Dat was de werkelijke, ware reformatie. Luther had eindelijk innerlijke, diepe vrede. Hij wist nu, dat God hem had vergeven, niet omdat hij zo goed was, maar omdat God zo goed is. Hij had geleerd God te geloven.

Rome antwoordde kort en bondig op Luthers stellingen: Herroeping! Wanneer Luther het zou wagen een inhoudelijke discussie te verlangen zou de huidige praktijk zonder enige discussie als dogma worden vastgelegd. Kritiek moest in de kiem worden gesmoord. Maar Luther had in de Bijbel een vast fundament gevonden, waar hij meer op vertrouwde dan een menselijke mening. Zonder het te willen leidde zijn liefde voor de Bijbel en haar waarheid tot een in het begin aarzelende, maar steeds  meer aan het licht komende kritiek op de onfeilbaarheid van de paus, die in 1520 resulteerde in een totale breuk met Rome. Toen Luther in 1521 voor de Rijksdag in Worms de beroemde woorden sprak: “Hier sta ik. Ik kan niet anders. Zo helpe mij God. Amen.” had hij daarvoor gewezen op de Bijbel als enige grond voor zijn geloof. Hij had ontdekt dat Gods woord rechtstreeks tot hem sprak en dit wilde hij niet door bedenkelijke compromissen op het spel zetten. Zonder dat het Luthers opzet was werden zijn herontdekkingen tot een sein voor een wereldwijde beweging, die een stempel op de volgende eeuwen drukte.

Beste lezer, de reformatie is nog niet voorbij. Net als toen heeft de christelijke cultuur van de avondlanden zich ver verwijderd van haar eigenlijke wortels. Menselijke filosofie en corrupte politiek vervangen veel te vaak echte waarden. Ook vandaag zoeken veel mensen innerlijke vrede in godsdienstige formules en spirituele aanboden.

Maar ook Gods woord is nog steeds hetzelfde. Net als toen kan het iedereen een echt fundament bieden, die niet tevreden is met de holle beloftes van onze maatschappij. Ook vandaag is er nog dit warme, doordringende licht dat twijfel en onzekerheid verdrijft. Alles wat u hoeft te doen is hetzelfde als Luther: Lees dit boek, waar de meesten zo onbekend mee zijn. Dit woord zal uw leven zijn!

Informatie over Reformatie (1)