De verklaring die de evolutieleer geeft voor al de verschillende levensvormen op aarde is een onmogelijkheid. Dat is het inzicht van een groeiend aantal wetenschappers die de moed hebben om er ook voor uit te komen. Hier volgen drie van de vele onweerlegbare argumenten die de evolutieleer onmogelijk maken, samengesteld door wetenschapper en auteur John F. Ashton MSc, PhD.

Onmogelijke mutaties

Wetenschappers kunnen tot op vandaag nog steeds geen bewijsmateriaal leveren dat aantoont dat macro-evolutie mogelijk is. Sommige lezers kunnen mogelijk nu al denken – momentje… wetenschappers stellen toch evolutie vast. Da’s waar, we zien kleine evolutionaire veranderingen bij dieren die zich hebben aangepast aan hun omgeving. Maar je zult merken dat deze veranderingen steeds hetzelfde (of een soortgelijk) type van organisme voortbrengen. Het kan een iets andere vorm of kleur hebben. Het kan er enkele relatief kleine biochemische verschillen op nahouden. Het kan zelfs worden beschouwd als een andere soort, maar het is nog steeds hetzelfde type organisme. Wetenschappers begrijpen nu dat deze veranderingen ontstaan hetzij door mutaties die het DNA van het organisme veranderen of door het in- of uitschakelen van stukken DNA-code.

DNA is een groot molecuul dat de processen codeert die een organisme nodig heeft om te leven en te reproduceren. Als delen van die code gewijzigd worden, kan dit structurele veranderingen veroorzaken, die overigens bijna altijd schadelijk zijn. Vele evolutionisten geloven dat met voldoende lange tijd, dergelijke kleine veranderingen uiteindelijk resulteren in de ontwikkeling van zeer uiteenlopende organismen met nieuwe en andere lichaamsdelen, en zo een nieuwe “orde” van dieren of planten vormen. Maar ondanks de aanspraken van vele natuurdocumentaires en wetenschappelijke teksten, is deze vorm van marco-evolutie nooit waargenomen. Relatief kleine, gunstige één-gen mutaties (die bv. ingrijpen op DNA dat één eigenschap codeert) kunnen zich inderdaad soms voordoen. Een voorbeeld hiervan zien we in micro-organismen die door willekeurige mutaties het enzym ‘nylonase’ ontwikkelden. (Dit laat hen toe om nylon als voedselbron te verteren.) Nylonase is echter een relatief eenvoudig eiwit, dat helemaal niet vergelijkbaar is met de hoeveelheid of de omvang van de massale DNA-veranderingen die nodig zijn voor een vis om te evolueren naar een amfibie (of ander soortgelijke grote veranderingen in organismen). Het is niet alleen maar een kwestie van genoeg tijd hebben zodat veel kleine veranderingen zich kunnen opstapelen. Zelfs de kleinste stappen zouden zulke grote genetische veranderingen vereisen dat veel eerlijke wetenschappers concluderen dat het zo onwaarschijnlijk is dat het eigenlijk onmogelijk is. Dit is hun oordeel als het nog maar om de kleinste stappen gaat! Bovendien heeft DNA ingebouwde herstelfuncties die gemaakt zijn om grote mutaties te beperken. DNA is eigenlijk ontworpen om de ontwikkeling van een nieuw type organisme te voorkomen.

Wanneer we rekening houden met de verbazingwekkende diversiteit van de soorten die nu leven – we hebben ongeveer twee miljoen bestaande soorten ontdekt – met een geschatte 100 tot 200 miljoen verschillende soorten die in het verleden leefden, elk met zijn eigen unieke DNA-code, moeten we onszelf toch de vraag stellen: “Wat is de oorsprong van al de complexe DNA-codes die ongelooflijk complexe wezens en functionerende ecosystemen tot stand brengen?” Er is absoluut geen bewijs dat willekeurige mutaties kunnen uitmonden in complex geavanceerde informatie, die dan kan resulteren in de hoog performante vleugelsystemen van insecten en vogels, de voortplantingsorganen van zoogdieren, en de sonar systemen van vleermuizen en walvissen – laat staan de menselijke geest.

Dateringsmethoden

Op naar een andere vraag… hoe oud zijn fossielen? Sommige radiometrische dateringsmethoden geven waarden van miljoenen tot honderden miljoenen jaren voor de rotsen rond fossielen. Maar als we de gegevens onderzoeken, vinden we sterk verschillende leeftijden van rotslagen naargelang de gebruikte methode. Zo is een bijzondere rotsformatie in de Grand Canyon reeds gedateerd op 516 miljoen jaar, 892 miljoen jaar, 1111 miljoen jaar, 1385 miljoen jaar en 1588 miljoen jaar, afhankelijk van de gebruikte methode.* Dus hoe oud is die rots nu eigenlijk?

Vulkanische rotsen gevormd tijdens een uitbarsting rond 1950 in Nieuw-Zeeland werden onderworpen aan moderne radiometrische dateringstechnieken. Hoewel men wist dat deze rotsen slechts 50 jaar oud waren, gaven de dateringsmethoden een leeftijd variërend van honderden miljoenen tot miljarden jaren.* Als deze methoden oude leeftijden toewijzen aan recente rotsen, hoe kunnen we dan met enig vertrouwen de leeftijd van om het even welke rots weten?

Koolstof-14 datering, de enige methode die eigenlijk de fossielen zelf dateert (en niet alleen de rotsen eromheen), lijkt de meest nauwkeurige techniek.  Het kan jaartallen in slechts duizenden (in tegenstelling tot miljoenen) jaren geven. Recente ontdekkingen van zacht weefsel en DNA-fragmenten in fossielen (waaronder ook fossielen van dinosaurussen die zogezegd miljoenen jaren oud zijn), ondersteunen voor deze fossielen een koolstof-14 leeftijd van slechts enkele duizenden jaren.

De cel

Tot slot toont recent bewijsmateriaal aan dat leven onmogelijk uit zichzelf kan ontstaan. Leerboeken noemen dit soms ‘abiogenesis’ of de chemische evolutie van het leven. De eerste levende cel zou honderden soorten zeer grote moleculen (waaronder de genetische code verbindingen RNA en/of DNA) ter beschikking moeten hebben, om zichzelf te kunnen vormen. Deze moleculen zijn moeilijk (zo niet onmogelijk) te synthetiseren in een laboratorium, laat staan dat ze natuurlijk zouden ontstaan. De meeste zijn dan nog relatief onstabiel en breken dadelijk af in kleinere inactieve verbindingen. Bovendien zouden miljoenen kopieën van deze moleculen nodig zijn om voor een voldoende concentratie te zorgen, om honderden biochemische reacties helemaal in de juiste richting en precies aan het juiste tempo te laten verlopen… om leven te hebben.

Wiskundige modellen tonen aan dat dit absoluut onmogelijk kan gebeuren door toeval alleen. Trouwens, als we een levende eencellige E. coli bacterie nemen en een gaatje in het buitenmembraan maken, dan worden de chemische reacties zodanig verstoord dat de cel sterft. Vervolgens kan geen mens die cel dan opnieuw tot leven laten komen. Alle chemische componenten zijn er nog steeds, maar we kunnen de honderden chemische reacties niet gelijktijdig (en in precies de juiste stand van onevenwicht) opnieuw opstarten… de vereiste voor het leven.

Rekening houdend met de wetenschappelijke kennis die we hebben over het leven op aarde, kunnen we met zekerheid zeggen dat de evolutieleer als enige verklaring voor de diversiteit van het leven op onze planeet totaal onmogelijk is. Integendeel zelfs, de wetenschap onthult het bewijs van een ontzagwekkende intelligente ontwerper die op zijn minst op een bepaald niveau werkzaam is. Waarom niet overwegen wat de Bijbel zegt? Een liefdevolle God schiep onze wereld, maar een vijand, genaamd Satan, tracht het bewijs van Zijn scheppende daden uit te wissen. Daar stopt het trouwens in de Bijbel niet mee. Niet alleen heeft God jouw huidig bestaan gepland… het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, laat zien dat Hij het plan heeft om een nieuwe aarde met eeuwig geluk te scheppen… ook voor jou.

 

* Voor meer informatie over de wetenschappelijke studies die aantonen dat het leven op aarde niet tot stand kwam zoals de evolutieleer het beweert, zie “Evolution Impossible: 12 Reasons Why Evolution Cannot Explain the Origin of Life on Earth” door John F. Ashton PhD, Master Books, Green Forest, 2012.

Voorblad: ©SensorSpot/E+/Getty Images

evolution-impossible